Nieuwe CD 

Release 24/03/2017 - label Paraty

Bestellen bij Amazon.fr

 

Het Eerste klaviertrio van Dmitri Sjostakovitsj is een echt jeugdwerk dat baadt in de geest van de romantiek en in de passie van de eerste grote verliefdheid van de componist. Weliswaar zijn er in het korte, eendelige werk heel wat momenten waarin karaktertrekken van Sjostakovitsj’ latere muziek de kop al opsteken (zoals de scherpe scherzoflarden, de obstinate akkoordische passages en de soms vileine dissonanten), maar telkens opnieuw moeten deze het afleggen tegen twee uitgesponnen melodieën, die met elkaar wedijveren in lyriek en hunker.

Van dit romantische elan blijft geen spaander meer heel in het Tweede klaviertrio, dat eerder een kind is van de oorlog dan van de liefde. Het werk laat een leegte achter die beklemmend en verontrustend is, en die een wrange nasmaak laat – de smaak allicht die Sjostakovitsj zelf ook proefde toen tijdens het compositieproces een van zijn meest geniale en veelzijdige vrienden en geestgenoten, Ivan Sollertinsky, overleed. Aan hem is het trio dan ook opgedragen, waardoor het meesterwerk op persoonlijk vlak haast de connotaties van een requiem krijgt.

De twee gespeelde werken van Sergej Prokofiev sluiten qua sfeer weer veel meer aan bij het eerste trio van Sjostakovitsj. Dat geldt zeker voor de Ballade voor cello en piano (op. 15): deze is eveneens een eendelig jeugdwerk (1912, Prokofiev was toen 21), dat bovendien ook nog eens een Franse poëtische titel draagt (Sjostakovitsj’ trio heette oorspronkelijk Poème). Zoals vaak gebeurt in ballades ‘wandelt’ de muziek als het ware van de ene sfeer naar de andere, met hier en daar duidelijke herkenningspunten (motiefherhalingen).

De Vijf melodieën voor viool en piano (op. 35, 1925) tenslotte zijn een heel apart werk. Aanvankelijk werd het stuk gecomponeerd voor klavier en stem, als tekstloze liederen (1920), “Lieder ohne Worte” in de meest letterlijke betekenis van het woord. Precies door hun tekstloosheid konden ze ook makkelijk door andere instrumenten gespeeld worden. Prokofiev zorgde, op vraag van Pavel Kochansky, alvast zelf voor een versie voor viool.

Tekst Pieter Bergé

pro