en fr

Roots

Door de eeuwen heen hebben componisten zich laten inspireren door volksmuziek uit alle windstreken. Ze gebruikten elementen, motieven en thema’s in hun eigen ‘kunstmuziek’.

Joseph Haydn, de “vader van het strijkkwartet”, schreef ook 45(!) pianotrio’s. Het bekendste daarvan, nummer 39, kreeg als bijnaam het Zigeunertrio. In het laatste deel, door de componist Rondo alla zingarese getiteld, gebruikt Haydn tal van elementen uit de muziek van de Zigeunermuzikanten die hij leerde kennen aan het hof van de Esterhazy’s.

Antonin Dvořak liet zich doorheen heel zijn oeuvre graag beïnvloeden door de Slavische volksmuziek. Zo ook in één van de meest geliefde pianotrio’s uit het hele repertoire: het Dumky trio. Het werk dankt zijn naam aan de Dumka – een Slavische volksdans met een melancholisch karakter – en bestaat uit een opeenvolging van verschillende volksdansen in een behoedzaam gestileerde vorm.

Ook Frank Martin, de Zwitserse componist die lange tijd in Nederland woonde, liet zich graag beïnvloeden door volksmuziek. Hij schreef zijn Trio sur des Mélodies Populaires Irlandaises in 1925 en koos er bewust voor om de Ierse volksmelodiëen quasi ongewijzigd over te nemen.

Zoltán Kodály ten slotte reisde samen met Béla Bartók naar het platteland van Hongarije, Transsylvanië en Roemenië om volksmelodiëen op te nemen, te verzamelen en te onderzoeken. Zijn Duo op. 7, geschreven in 1914, is een prachtige versmelting van elementen uit de Hongaarse volksmuziek met formele structuren van de ‘kunstmuziek’.