en fr

WWI

In 2018 is het 100 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Grote Oorlog. In deze woelige periode uit de Europese geschiedenis werden in Frankrijk enkele van de mooiste werken uit de kamermuziek van de 20ste eeuw geschreven.

Claude Debussy – die stierf in 1918 en die we in 2018 dan ook graag in de schijnwerpers zetten – schreef zijn beknopte, experimentele Sonate voor cello en piano in 1915. Twee jaar later volgde de al even beknopte, rapsodische Sonate voor viool en piano, het laatste werk dat Debussy afwerkte.

George Enescu - de Roemeense violist en componist die 60 jaar van zijn leven in Parijs leefde en werkte – was één van de beste violisten van zijn tijd waardoor hij als componist lange tijd onderbelicht bleef. Zijn muziek is een prachtige combinatie van het Franse impressionisme met elementen uit de volksmuziek van zijn vaderland Roemenië. Zo ook zijn Trio in a, geschreven in 1916.

Maurice Ravel schreef zijn magistrale trio in 1914 en werkte het in sneltempo af om zijn land te kunnen dienen als vrachtwagenchauffeur aan het front. In een brief aan Stravinsky schreef hij dat het idee dat hij moest vertrekken hem ertoe aanzette werk dat normaal gezien vijf maanden zou kosten in vijf weken te verrichten. Deze ijver en drang heeft ons één van de kleurrijkste en meest innovatieve werken uit de kamermuziekgeschiedenis opgeleverd. 

De  inspiratie voor de muzikale inhoud van het trio kwam uit  verschillende hoeken. Van Baskische dans  in het eerste deel (waarvan het ritme gebaseerd is op de  'zortziko') tot Maleisische poëzie in het tweede deel (Pantoum). Het genie van Ravel komt onder  andere tot uiting in de manier waarop hij deze elementen introduceerde binnen de gangbare structuur van een vierdelig klassiek werk.